Sasel

“We beginnen gewoon opnieuw”

Maria en Helena zijn mede-oprichters van Sasel. In El Salvador leerden ze William kennen, die toen twaalf was. Ze hebben hem gedurende tien jaar hier in België opgevoed. Daarna is hij teruggekeerd om naar de universiteit te gaan. Toen heeft hij El Zaite ontdekt, een dorpje in El Salvador, waar de armoede het grootst is. Wat hij daar zag spoorde hem aan Sasel op te richten.

Burgeroorlog en bendes

 “Een burgeroorlog is het ergste wat een land kan overkomen.” Die zin herhaalt Maria meermaals, ze wil het erg duidelijk maken voor mij, iemand die er geen benul van heeft. “Je kon de beelden zien op televisie, zoals nu van Syrië of Afghanistan, maar dan heb je er geen écht beeld ervan.” El Salvador blijft een gevaarlijk land. Als er geen burgeroorlog woedt, moet je elke seconde van de dag op je hoede zijn voor de vele bendes. “Het grote verschil tussen een burgeroorlog en de bendes, is dat je de bendes herkent. Je weet wie je vijand is, in een burgeroorlog weet je dat niet. Het kan je zus of vader zijn.”

Klasje op een zandweg

Sasel is puur toevallig begonnen. Maria vertelt hoe William toevallig in El Zaite, een gehucht in El Salvador, belandde. “El Zaite is het ergste van het ergste. Het was oorspronkelijk de vuilnisbelt van de hoofdstad, daar woonden de vluchtelingen van de burgeroorlog. William stond versteld van wat hij daar zag en was vastberaden er iets aan te doen. Hij heeft zijn studies gecombineerd met het helpen van El Zaite.”

Wat begon als een klein klasje op een zandweg is nu de organisatie Sasel. Een grote lagere- en middelbare school, een voedingsproject, een medisch project, com-vivir (een soort zondagsschool) en een scoutsgroep. William heeft met Sasel een grote indruk gemaakt op het dorpje. Van het land El Salvador hebben ze geen hulp gekregen, dus verzorgen Maria en Helena alle financiering vanuit België.

Veilig op school

De school is een enorm succes, de kinderen halen goede punten en krijgen een goede opvoeding. “Ze gaan graag naar school. Weet je waarom?” vraagt Helena me. “Omdat ze daar veilig zijn. Er zijn veel bendes in El Salvador, als je niet oppast schieten ze je dood. Maar wij hebben een onderhandeling met de bendes, want ook zij willen een goede educatie voor hun kinderen. Dat maakt onze school ook zo speciaal, kinderen van verschillende bendes worden samen opgevoed in één klas.”

De kinderen mogen elke dag naar school, waar ze twee deftige maaltijden krijgen. Op zondag organiseren ze com-vivir, dat is nodig om ze solidariteit en verdraagzaamheid te leren. Ten slotte heeft Sasel een eigen scoutsgroep. Ze hebben een veld weten te kopen, dat hebben ze in twee delen gedeeld. Eén voor de landbouw, één voor de scouts. “Kinderen moeten weg uit die benarde situatie, ze moeten zich kunnen uitleven en moeten spelen. Daarom is de scouts zo belangrijk voor die kinderen. Ze leven in een constante angst en de scouts helpt die angst even te verlichten. De bendes willen de kinderen opeisen. Als oplossing hebben we zelf een bende gevormd, een positieve bende.” Maria moet lachen met haar eigen verhaal.

12-jarige bodyguard William

In de jaren 1980 steunden Maria en Helena een weeshuis in El Salvador. Eén van de zusters van het weeshuis kwam naar België. “Op 11 juli”, vertelt Helena, alsof het gisteren is gebeurd. “We zaten met oud-leerlingen van mij in deze woonkamer. De zuster kwam langs en vertelde de grootste gruwelverhalen die je je maar kan inbeelden. Iedereen sloeg purper en groen uit volgens haar. Toen ze terugging heb ik besloten om mee te gaan.” Maria lacht “Iedereen verklaarde ons zot. Wie gaat er nu naar een land in volle burgeroorlog? Wij zijn halsoverkop naar El Salvador vertrokken, zonder inentingen, ons paspoort was niet eens in orde.”

Drie weken lang leefden ze in het weeshuis. Daar ontmoetten ze William. De ogen van beide dames glunderen telkens ze over William spreken. “William was twaalf toen we hem leerden kennen, hij was altijd bij ons. William was onze bodygard als we het rusthuis wilden verlaten.

Er stonden twee stoelen achter in een pick-up voor ons, William lag op de grond en hield de poten vast. Hij mocht niet gezien worden, anders werd hij meegenomen om in het leger te gaan, kind soldaat. William was daar niet klaar voor, hij kon dat niet aan.”

Maria en Helena besloten William naar België te brengen. Hij kende Europa niet, het enige wat hij wist, was dat er geen oorlog woedde, en dat was genoeg. “10 april, dat is de dag dat we William zijn gaan ophalen op de luchthaven. Hij stond daar op zijn sleffertjes en met een versleten T-shirt aan. Zijn ogen waren helemaal de weg kwijt, het weer was barslecht en er hing geen blaadje aan de bomen. Hij kon geen woord Nederlands. Wat doe je met zo iemand? We hebben uiteindelijk besloten hem in het vijfde leerjaar te zetten en hem een kans te geven.”

‘El Negrito’

William is uiteindelijk tien jaar gebleven. De situatie in El Salvador werd slechter met de dag. “Maar als hij wilde teruggaan, mocht hij dat. We kochten hem een ticket en hij kon vertrekken”, vertelt Helena. Vol ongeloof luister ik naar het verhaal. Ze hebben de 12-jarige William tien jaar lang opgevoed, hem alles gegeven. Hij heeft zijn middelbaar in België afgemaakt en dan hebben ze met z’n drieën beslist dat hij beter kon teruggaan om daar verder te gaan studeren.

“William wou psychologie studeren, waar kon dat beter dan in een land waar hij zijn opleiding in de praktijk kon brengen? Dus kochten we hem een ticket en hij is vertrokken. Dat was een heel moeilijke beslissing voor ons, hij had daar niemand.” Je ziet dat ze hem elke dag missen.

Zijn studies waren een moeilijke periode voor William. Hij was een indiaan die ging studeren tussen alle rijken. Ze noemden hem ‘el negrito’ (het negertje). Het negertje moest de tafels afkuisen, werd nooit uitgenodigd op feestjes…

“Weet je wat het grote verschil is tussen hier en daar?”, “We hebben, een hele tijd terug, drie aardbevingen gehad. Alles was weg, we hadden niets meer over. Toen zagen we het toch niet meer zitten. In El Zaite vroegen ze naar geld zodat ze direct konden beginnen aan de nieuwe school. ‘We beginnen gewoon opnieuw’, zeiden ze.”

Artikel: Cleo Stordiau – AP Journalistiek

Voorwerp in de kijker:

Deel op: