RAKO

“Het mooiste is dat we van plek naar plek kunnen gaan”

Wat begon als een begeleide rondreis in Cambodja, is al snel uitgegroeid tot een prachtig project. Fanny Dooms en Els Ducheyne zetten zich al jaren in voor RAKO en praten vol passie over wat ze op het Cambodjaanse platteland, ver weg van de tempels en toeristen, bereikt hebben.

We spreken af op school, in hartje Antwerpen. In een van de klaslokaaltjes installeren we ons en al snel volgt een nostalgisch gevoel. “Hier heb ik al lang niet meer gezeten” zegt Els. Ze dragen allebei het logootje van RAKO op de borst en beginnen al te vertellen nog voor ik een vraag had gesteld. Twee ambitieuze en gedreven vrouwen die zich allebei keihard inzetten voor hun organisatie, dat belooft!

Wat is RAKO precies?

“RAKO staat eigenlijk voor Remote Area Kids Organisation. Wij zetten ons in voor kinderen uit afgelegen gebieden in Cambodja, op vlak van onderwijs, zuiver water en gezondheidszorg. In de steden zijn er al heel wat projecten, daarom is het voor ons belangrijk om net kinderen uit afgelegen gebieden te ondersteunen. Zij zijn de toekomst van het land, zij moeten dus een degelijke basisopleiding krijgen zodat ze het beter kunnen doen dan hun ouders. We proberen die gebieden te helpen bij basisvoorzieningen.”

Hoe zijn jullie het project ingerold?

“Het is allemaal begonnen toen een groepje mensen in Cambodja op begeleide rondreis ging. Hun begeleider had contacten met een boeddhistische monnik en die had de groep meegenomen naar het platteland. Zo zijn ze in Kirimanun terechtgekomen, waar die monnik zelf al een project had opgestart. Toen die groep later thuiskwam, besloten ze geld in te zamelen voor het project daar en een jaar later was RAKO geboren.”

Fanny: “Ik ben in 2007 voor de eerste keer meegegaan en heb toen ook het schooltje in Kirimanun bezocht. De jaren nadien leek het project wat te slabbakken en heb ik besloten om er mijn schouders onder te zetten. Toen heb ik de mensen in mijn omgeving wat aangestoken en nu hebben we een fijn team met iets jongere leden. Zowel trekkers, als mensen die helpen wanneer ze kunnen. Daar ben ik heel blij om.”

Wat zijn de grootste struikelblokken?

“De taal. We communiceren in het Engels en meestal via mail. We merken zelfs dat we ook al Cambodjaans-Engels beginnen spreken. Korte zinnen, werkwoorden die niet vervoegd zijn… en ga zo maar verder. Ze zien ons vaak ook als ‘meerdere’, maar wij voelen dat zelf niet zo aan. Dat is soms best moeilijk. Zij hebben vaak dat gevoel omdat wij voor het geld zorgen, maar als ik niemand heb die de plannen uitvoert, ben ik er niks mee. Maar uiteindelijk worden alle misverstanden vaak uitgeklaard.

Wij vertrouwen die mensen daar voor de volle 100%. We hebben de lokale bevolking niet moeten overtuigen, dat was een luxe. Zij zijn vanuit hun persoonlijke overtuiging begonnen en wij helpen hen.”

Hoe zien jullie de organisatie evolueren naar de toekomst toe?

“Het mooiste aan het hele verhaal vinden we dat het project in Kirimanun, waar het begon, ook is afgewerkt. Nu kunnen we hetzelfde doen, maar op een andere locatie. Dat is iets dat we in de toekomst alleen maar willen voortzetten. Dat geeft onze sponsors en donoren ook niet het gevoel dat ze een bodemloos vat vullen. Maar ons succes is bijna uitsluitend te danken aan de mensen daar. Zij weten heel goed waar ze moeten gaan en hoe ze die dingen moeten aanpakken.

Het enige wat soms moeilijk is, is hun ideeën in bedwang houden. Het wordt alsmaar moeilijker om de middelen en het geld bij elkaar te krijgen, waardoor we ook vaak “neen” moeten zeggen of bepaalde dingen moeten schrappen. Er komen alsmaar meer organisaties bij en we moeten ons heel duidelijk profileren om nieuwe sponsors aan te trekken.

De dienst Mondiaal Beleid van de Provincie Antwerpen helpt wel enorm goed. We krijgen niet alleen geld, maar ook ontzettend veel hulp. We kunnen daar altijd terecht met vragen. Zij hebben kennis in huis, weten waarover het gaat, geven tips en feedback en organiseren vaak vormingen. Zo worden we gestimuleerd om kritisch na te denken.

In wat willen jullie zich profileren?

“Voor ons is de infrastructuur echt wel het belangrijkste. Daarnaast steunen we ook leerkrachten en leerlingen een beetje op materieel vlak. De infrastructuur is manifest voor het onderwijzen van de kinderen in Cambodja, want alle scholen werden vernietigd toen Pol Pot in de jaren ’70 aan de macht was. De gevolgen waren te voelen tot de jaren ’90. Het is dus eigenlijk nu pas dat een eerste generatie terug de kans krijgt om geschoold te worden. Die basisinfrastructuur is er nog steeds te weinig, maar eens die er is kunnen ze verder. We zijn blij dat we daar op een aantal plekken al voor hebben gezorgd en nu deze lijn positief kunnen doortrekken.”

Artikel: Joke Vereecken – AP Journalistiek

Voorwerp in de kijker:

Deel op: