IYAD

“De mensen in Congo willen wel, maar kunnen niet”

’s Nachts werkt hij als verpleger in Antwerpen, overdag buigt hij zich over de gezondheidszorg in Congo. Anselme Kananga kwam op 18-jarige leeftijd vanuit Congo naar België om verpleegkunde te studeren. De dingen die hij daar leerde, gebruikt hij nu om de mensen in zijn thuisland te helpen.

Focus op palliatieve zorg

In 2005 richtte Anselme met een groep medestudenten de International Youth Association for Development op als bijdrage aan een ontwikkelingsproject in Congo. “Er waren al veel projecten rond thema’s als water en malaria, dus kozen wij ervoor om te werken rond de palliatieve zorg. Ik wist meteen dat ik dat kon toepassen in mijn thuisland. Daar begeleiden we zieke mensen en hun familie en we proberen hun pijn te verzachten. We sensibiliseren de mensen rond palliatieve zorg en wisselen informatie uit tussen Congolese en Belgische ziekenhuizen. De mensen daar hebben wel de wil, maar niet de kennis. Die ongelijkheid moet verdwijnen.”

Een overheid overtuigen

 “Toen wij begonnen, was de palliatieve zorg in Congo nog niet georganiseerd. Het gebeurde niet op een professionele manier, er ontbrak structuur. Die erkenning van de palliatieve zorg was onze grootste uitdaging, maar dat is nu achter de rug. We hebben veel gelobbyd bij de Congolese overheid en hebben twee grote conferenties georganiseerd. Uiteindelijk hebben ze naar ons geluisterd. Vanaf volgend jaar is er daar een cursus palliatieve zorg geïntegreerd in de opleiding verpleegkunde. Die erkenning en appreciatie betekent heel veel.”

IYAD heeft drie eenheden en twee ziekenhuizen in Congo. “We hebben ook een mobiele ploeg die bij de mensen thuis langs gaat. Momenteel werken we in Kinshasa nog met een pilootproject. Als we steun krijgen van de overheid en zien dat het werkt, kunnen we naar andere gebieden trekken.” De palliatieve benadering in Congo is anders dan die van bij ons. “We werken heel vaak met jonge mensen, of met mensen die aids hebben. Dat zijn mensen die wel gewoon nog dingen kunnen doen en kunnen wandelen. Het zijn dus niet altijd mensen die al op hun sterfbed liggen. Dat vraagt een andere aanpak, want je gaat veel meer in gesprek met de mensen.”

De realiteit onder ogen komen

 “Ik ga zelf twee à drie keer per jaar naar Congo om te kijken of alles er goed verloopt, om mensen te ontmoeten, of om feedback te geven. Natuurlijk heb ik hier in België ook dagelijks contact met de mensen in Congo via Whatsapp. Ik heb een tijdje enkele studenten verpleegkunde begeleid en hen drie maanden meegenomen naar Kinshasa voor hun stage. Daar zie je de realiteit.”

Volgens Anselme zijn de studenten helemaal anders teruggekomen van die reis. “Ze hebben nu een andere kijk op het leven en op de omgang met andere mensen. Zo’n reis geeft je een ander beeld, en leert je ook omgaan met stress. Je ziet mensen met miserie, die toch nog altijd blij zijn. Als mensen hier ongelukkig of gestresseerd zijn, krijgen ze psychologische ondersteuning. Die krijgen de mensen in Congo niet. Ze moeten hun problemen zelf maar zien te overwinnen.”

Engagement tegenover elkaar

IYAD werkt met vrijwilligers, maar zou graag een manier vinden om die mensen te betalen. “Werken met vrijwilligers heeft voor- en nadelen. Het voordeel is dat iedereen werkt met plezier. Maar het vraagt natuurlijk enorm veel tijd. Tijd die we soms niet hebben. Reizen naar Congo kost ook geld. Daarom zoeken we naar een strategie om onszelf te onderhouden. We hebben een project van nul gestart, dat was een heel leerrijke ervaring. In ontwikkelingssamenwerking is geen plaats voor egoïsme. We hebben elkaar nodig. Zonder het noorden kan het zuiden niet leven, en andersom ook niet. We hebben een engagement tegenover elkaar. Zo is het leven.”

Artikel: Frédéric Clijmans – AP Journalistiek

Voorwerp in de kijker:

Deel op: