Dreamz

Een tweede kans voor India

Hoe ga jij ’s ochtends naar school? Met de fiets of te voet? Als het regent, neem je dan de bus? Één ding is zeker, je geraakt er wel. Voor veel jongeren in India is dat niet het geval. Geert en Leentje Jacob hebben twee jaar in Coimbatore (Zuid-India) gewoond. Ze wilden iets veranderen voor die Indiërs die door de mazen van het net vallen. ‘Tweedekansonderwijs vind je overal. Brazilië, Afrika, Brussel. Waarom in India dan niet?’

Indische familie krijg je erbij

In de meeste Indische steden is het onderwijs relatief goed georganiseerd. Je hebt er privéscholen, de lessen zijn in het Engels en de leerkrachten goed opgeleid. Alleen is het niet voor iedereen makkelijk om in een grote stad te geraken, en op het platteland is de situatie helemaal anders.

Het idee is heel toevallig ontstaan. In India is het de gewoonte om huishoudpersoneel te hebben dat bij je komt inwonen. De mensen die koken, je verzorgen en met je rondrijden worden een deel van het gezin. Na een tijdje begonnen Leentje en Geert hen taal en wiskunde te leren, want daar vroegen ze zelf om. “Wij vonden het fantastisch om iets terug te kunnen doen en we zagen dat zij er echt van genoten om bij te leren.” Toen is de bal aan het rollen geraakt. Niet alleen de vrouw die bij hen thuis kookt wou iets bijleren, maar de buurvrouw ook. Net zoals de chauffeur om de hoek, die ook graag de ‘thuislessen’ wou bijwonen. Tweedekansonderwijs was toen nog niet geïntroduceerd in de streek, ondanks dat er duidelijk vraag naar was.

Aantonen dat onderwijs belangrijk is

Het kastensysteem is in theorie al jaren afgeschaft in India, maar je voelt dat de gedachte nog steeds leeft onder de bevolking. Mensen uit de laagste kaste kampen met een groot gebrek aan zelfvertrouwen. Ze hebben nog steeds het gevoel dat het onderwijs te superieur is voor hen.

In India is er in het tweede middelbaar een collectief staatsexamen waar de schoolgangers voor moeten slagen. Dit is voor velen zo afschrikwekkend dat ze ervoor kiezen om school links te laten liggen. “De grootste taak blijft om de mensen te overtuigen. Vooral jongens zijn moeilijk te motiveren als het op school aankomt. Ook de mensen van de Irular waren in het begin niet helemaal enthousiast. Deze bevolkingsgroep is namelijk heel actief op het platteland. Maar nu hebben we een team dat ter plekke field-training gaat doen. Ze stappen op de mensen af met een laptop en geven hen meer uitleg over het project.”

Stap voor stap

Het ACC dat Leentje en Geert hebben opgericht is een sociaal educatief centrum voor jongeren van 15-30 jaar. Ze kunnen er terecht voor zowel theoretische als praktijkgerichte opleidingen waar ze helemaal worden klaargestoomd voor het werkveld. Maar de mensen die naar het ACC komen, worden ook in een weerbaarheidstraining gedompeld. Er wordt uitgelegd wat hun rechten zijn en hoe ze op lange termijn moeten nadenken. Stapje voor stapje wordt er aan hun zelfvertrouwen gewerkt.

De eerste jaren hebben Leentje en Geert geprobeerd om zo weinig mogelijk ter plaatse te gaan, ze volgden alles op vanuit België. Het is de bedoeling dat het lokale team ter plekke de touwtjes in handen heeft. “Wij willen de gemeenschap helpen, maar op lange termijn moeten ze verder kunnen zonder ons. Het ACC groeit voornamelijk door hen, dat is fantastisch.”

Hoe ziet de toekomst eruit?

Dit soort hulp is in grote delen van India erg nodig, ondanks dat het land economisch goed ontwikkeld is.  India heeft in korte tijd grote stappen genomen, maar dat zorgt er ook voor dat veel mensen niet meekunnen.Ze hebben nooit onderwijs gehad en strompelen nu achteraan.  Maar voor velen is het nog niet te laat.

“Omdat wij geen noodhulp aanbieden, maar lange termijn hulp zal onze taak eigenlijk nooit écht klaar zijn. Er zullen altijd jongeren zijn in India die uit de boot vallen. Al hopen we dat de grote vraag naar een tweede kans in de toekomst zal afnemen en dat de eerste kans meteen met beide handen wordt gegrepen.”

“Vaak vraagt men ons waarom we mensen gaan helpen in India, terwijl er hier in België ook zoveel problemen zijn. Het tweedekansonderwijs is hier al goed georganiseerd, en daar niet. Wat vreemd is want er is wel een heel gelijkaardige problematiek. Maar we kunnen leren van elkaar. Zijn er bijvoorbeeld ervaringen die hier worden opgedaan en die we daar kunnen gebruiken, of omgekeerd? Welke elementen van hier sluiten aan bij onze visie van ontwikkelingshulp? De splitsing tussen Noord en Zuid moet eruit. We moeten meer de handen in elkaar slaan.”

Artikel: marie de saedeleer – AP Journalistiek

Voorwerp in de kijker:

Deel op: